Een gesprek met Helena Staels over taal en cultuur

Helena is beëdigd vertaler Nederlands-Spaans en Spaans-Nederlands bij Intérpretes y Traductores Salamanca (I.T.S.)

Ze kwam na haar opleiding vertaler-tolk aan de UGent in Spanje terecht waar ze als tolk in Madrid aan de slag ging. Helena vestigde zich later met haar gezin in Salamanca en richtte er I.T.S. op, een bureau dat vertaal- en tolkdiensten levert en een unieke reeks online taalcursussen organiseert. In een hartelijk gesprek vertelt ze over taalkennis, tweetaligheid en taalcultuur.

Over het zich eigen maken van taal

Taal moet je aanvoelen. Omdat taal en cultuur zo sterk met elkaar verweven zijn, heb je best een goede affiniteit met de cultuur van het taalgebied. Veel Spaanse studenten kiezen ervoor om Duits te studeren omdat er een economisch belang in zit. Dat is geen goede motivatie. Je moet iets voelen voor de cultuur van de taalgemeenschap en er een relatie mee aangaan. Verbondenheid met cultuur draag je in je hart. Als dat niet aanwezig is, ervaar je het verwerven van taalkennis als een noodzakelijk kwaad; dan komt het niet meer vanuit jezelf. Dat werkt niet. Eten, wonen, werken, leven zijn cultureel geladen en zonder affiniteit is het moeilijk om je in te leven en taalfinesses onder de knie te krijgen.

Je start best vanuit een goede opleiding aangevuld met cursussen en zelfstudie. Dat geeft je een stevige basis om een goed niveau te halen. Dan is het een kwestie van je blijvend te vormen en je kennis op peil te houden. Je vestigen in het land zelf of er langere tijd verblijven is intensief en effectief. Het laat je toe om je volledig onder te dompelen in de taal.

Over tweetaligheid en moedertaal

Tweetaligheid is een groot woord. Volgens mij ben je dat nooit helemaal. Dat is misschien ontgoochelend voor veel mensen, maar men gaat soms licht over het gebruik van de term. In Spanje integreren de meeste publieke scholen met privé beheer tweetaligheid in hun onderwijsplan. Concreet komt het er dan op neer dat een aantal lessen zoals lichamelijke opvoeding, natuurkunde of plastische opvoeding in het Engels doorgaan. Dat kan wel helpen om wat woordenschat op te pikken, maar zo word je niet tweetalig.

Er is natuurlijk een grote variatie aan taalniveaus en taalkennis. Ik zou mijn kinderen tweetalig kunnen noemen. Ik heb altijd Nederlands met hen gesproken. Maar hoe vreemd dat ook mag klinken, hun moedertaal is Spaans. Je moedertaal is niet per se je thuistaal. Het is de taal waarin je leeft en werkt, de taal die je omringt. Als je alles in het Spaans doet en enkel in familieverband Nederlands spreekt dan heeft dat natuurlijk een aantal beperkingen. Een taal echt beheersen gaat verder dan dat. Je moedertaal is de taal waarin je het sterkst bent.

Taal is een levende materie, evolueert en het vraagt aandacht, alertheid en inspanningen om die evolutie bij te houden. Mensen die 20 jaar of langer weg van hun land zijn moeten vaak zoeken naar hun woorden. Het is mogelijk om je moedertaal, in termen van de taal waarin je bent opgegroeid, te vergeten of te verleren.

Over dialecten

Eens je de onderdompeling in het Spaans hebt gehad, wen je snel aan dialecten die je minder vaak hoort. Je maakt als vertaler snel taalassociaties omdat je daar sterk in getraind bent en omdat je er doorgaans ook een talent voor hebt.  Wat wel kan gebeuren, is dat je geconfronteerd wordt met uiterst specifiek taalgebruik, een technisch, wetenschappelijk of disciplinair jargon dat je in geen enkele taal machtig bent. Daar heb je achtergrondinformatie voor nodig, of je moet je inlezen in de materie. Dat heeft vooral met kennis over de niche te maken, niet zozeer met taalkennis.

Over cultuurgebonden uitdrukkingen

Je komt tijdens het vertalen uitdrukkingen in het Spaans of in het Nederlands tegen die zich moeilijk laten vertalen omdat ze eigen zijn aan de cultuur. Zo gebruikt het Spaans veel meer scheldwoorden die in het Nederlands niet in een zelfde context kunnen gebruikt worden.  Maar ook beelden die verwijzen naar een realiteit die de andere taalgemeenschap niet kent, moet je gaan omzetten, omschrijven of een equivalent zoeken die het dichtst aanleunt bij de brontaal. Je moet beide talen goed beheersen, anders lukt het niet. Sommige culturele referenties laten zich niet makkelijk letterlijk vertalen. Voetnoten kunnen helpen om, indien nodig, de achtergrond te schetsen.

Over denken en taal

De context bepaalt de taal waarin ik denk, maar doorgaans denk ik in het Spaans. Ik schrijf en spreek in het Spaans, dus die knop wordt niet onmiddellijk omgedraaid. Toch denk ik soms ook in het Nederlands. Als het gaat over heel persoonlijke dingen, of soms als mijn gedachten wegglijden terwijl een Nederlandstalige zender op staat of ik een Belgische krant lees. Snel tellen of snel iets uitrekenen, doe ik in het Nederlands maar mijn telefoonnummer zit in mijn hoofd in het Spaans.

Helena voelt zich ondertussen ook Spaanse, Spanje geeft haar een thuisgevoel. Taal is voor haar cultuur, communicatie en aanvoelen. “Je voelt je goed in een taal als je de taal aanvoelt”.