‘Samuels dochter’, een boek van Ingrid Weinberger

Zoeken naar wat nooit is gezegd.

Ingrid wordt in 1966 geboren in een warm, succesvol gezin. Ze is de jongste van vijf. Haar moeder is een katholieke Belgische en haar Joodse vader komt uit Veretski dat vandaag in Oekraïne ligt. Haar vader, een wat oudere en intelligente man worstelt met een zwaarbeladen verleden en onuitgesproken trauma’s. “Ik wist dat er bepaalde dingen gebeurd waren, maar er bleef veel geheimzinnigheid rond hangen”, vertelt Ingrid. Het rouwproces na de dood van haar ouders wakkert het verlangen aan om uit te zoeken wat nooit is gezegd en de puzzelstukken van het verleden samen te leggen.

Ingrid start een archiefonderzoek en reist naar Hongarije, Polen, Oekraïne en Israël. In ‘Samuels dochter’ verweeft ze de zoektocht naar haar vader, de enige Auschwitz-overlevende van een gezin met vier kinderen dat hij voordien stichtte, met haar eigen leven als lesgeefster Nederlands voor anderstalige nieuwkomers. Die verweving wil evenwicht brengen in de wreedheid van het verleden, maar ook waarschuwen. Het brengt ons terug naar 2015-2016 en de aanslagen in Parijs en Brussel toen het leger patrouilleerde rond de stations en in de klassen van Ingrid een sfeer van polarisering hing.

Tijdens een gesprek vertelt Ingrid me over het schrijfproces. “De reizen waren een emotionele zoektocht. Archieven zijn één ding, maar de plek maakt alles wat je ontdekt hebt, tastbaar. Dat is confronterend. Het is een rode draad in het verhaal: het trauma of de worsteling van de tweede generatie is dat je een verdriet meedraagt voor mensen die je niet gekend hebt. Het is een vreemd gegeven dat heel levendig wordt als je op die plaatsen bent.” Die droefenis komt ook aan bod tijdens een bezoek aan een herdenkingsmomument in Jeruzalem als de gedachte aan haar drie halfzusjes en halfbroertje haar niet loslaat: “Ze hadden moeten leven, zelfs al had ik dan niet bestaan.”

Het boek is aangrijpend en meeslepend. De beklijving zit in fracties van emoties en momenten die Ingrid treffend weet te pakken. Ik denk aan passages zoals het afscheid van haar ouders in Gent Sint-Pieters als ze met de trein op schoolreis vertrekt. De confrontatie met de dood van haar halfzusjes en halfbroer als ze Auschwitz bezoekt. De afwijzing als jonge twintiger door een eerste vriendje. Ze neemt je mee naar Joodse koffiekransjes en naar de Dode Zee. “Ik voelde dat als ik puur historisch schreef, het soms wat saai of te feitelijk werd. Dan sleutelde ik aan de structuur en bracht er anekdotes in. Dat verliep vrij spontaan en natuurlijk.” Zo bereikt de schrijfster een mooi evenwicht tussen heden en verleden.

“Ik heb er bewust voor gekozen om niet te fantaseren over dingen uit het leven van mijn vader waar ik niet achter kon komen, die ik niet kon documenteren. De periode in de concentratiekampen is daarom beknopt. Ik ken wel een aantal feiten, maar ik wilde daar geen fictieve elementen aan toevoegen. De focus ligt niet op de drie jaar gevangenschap, maar die periode is altijd aanwezig op de achtergrond.”

In het huis waar Ingrid opgroeit is het altijd stil, de zenuwen moeten gespaard blijven. We zitten in de tweede helft van de vorige eeuw. Tabac aftershave voor mannen is in de mode, Sonja Barend is een ster en op zondag toont de BRT de Amerikaanse reeks Holocaust. Stilzwijgen lijkt een algemeen aanvaard overlevingsmechanisme en persoonlijke psychologisering bestaat nog niet.

‘Samuels dochter’ is een historisch document dat het verleden in gesprek brengt met het heden. Het is een verhaal over familiebanden, intergenerationeel trauma en zingeving, over zoeken naar een eigen plekje. Daarbij komen verlies aan bod, migratie, onverdraagzaamheid en nieuwe liefdes. Bovenal is het een verhaal over de kracht van het leven, dat hoe dan ook een weg vindt.

Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts of meer info op www.samuelsdochter.be